Voeding, Pharma & Recht
Bubbly Glassware on a Sterile Lab Bench.png

UWWT-directive

 Urban Wastewater Treatment Directive

De herziene Urban Wastewater Treatment Directive, Richtlijn (EU) 2024/3019, introduceert onder meer een stelsel van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik en cosmetische producten. De achtergrond daarvan is dat residuen van deze productgroepen volgens de Europese wetgever een belangrijke bron vormen van microverontreinigingen in stedelijk afvalwater waarvoor aanvullende, zogenoemde quartaire zuivering nodig is.

Producenten die producten uit deze categorieën op de markt brengen, moeten uiteindelijk gezamenlijk ten minste 80% van de volledige kosten dragen die samenhangen met de vereiste quartaire behandeling en de monitoring van microverontreinigingen. Daarnaast vallen ook kosten voor gegevensverzameling, verificatie en de uitvoering van de producentenverantwoordelijkheid onder het systeem.

Daarmee wordt milieuregelgeving rechtstreeks relevant voor ondernemingen die geneesmiddelen en cosmetica op de markt brengen. Het gaat niet alleen om financiële bijdragen. Producenten zullen jaarlijks gegevens moeten kunnen verstrekken over de hoeveelheid stoffen in de producten die zij op de markt brengen, alsmede informatie over onder meer het milieurisico en biologische afbreekbaarheid daarvan. De hoogte van bijdragen moet bovendien mede worden gebaseerd op hoeveelheid en milieubelasting van de betrokken stoffen.

Op het moment zijn er omtrent de implementatie nog belangrijke vragen. De richtlijn kent bijvoorbeeld een uitzondering wanneer een producent minder dan één ton aan stoffen per jaar via de betrokken producten op de Uniemarkt brengt. Ook kan een uitzondering gelden wanneer wordt aangetoond dat stoffen snel biologisch afbreekbaar zijn of geen microverontreinigingen in afvalwater veroorzaken. Voor die laatste categorie moet de Commissie uiterlijk eind 2027 nog nadere criteria vaststellen.

Ook de praktische organisatie is nog niet volledig uitgekristalliseerd. De richtlijn schrijft voor dat producenten hun verplichtingen collectief moeten uitvoeren via een erkende organisatie voor producentenverantwoordelijkheid. Lidstaten moeten daarvoor onder meer registratie, rapportage, financiering, toezicht en gegevensuitwisseling organiseren. Voor producenten die vanuit een andere lidstaat of een derde land producten op een nationale markt brengen, moet bovendien een systeem rond een gemachtigde of een equivalent daarvan worden ingericht.

Voor ondernemingen betekent dit dat zij niet enkel moeten vaststellen of de door hen geproduceerde prodcuten onder de reikwijdte van de richtlijn vallen. Ook moet duidelijk worden wie binnen de keten als producent kwalificeert, welke stoffen en volumes moeten worden gerapporteerd, hoe gegevens uit de supply chain worden verzameld en op welke wijze de uiteindelijke bijdrage wordt berekend. Vooral bij internationale distributie, private label-producten en complexe supply chains kan dat tot lastige kwalificatie- en datavraagstukken leiden.

Daar komt bij dat de regeling politiek en juridisch niet onomstreden is. Zowel de farmaceutische als de cosmeticasector hebben de EPR-regeling aangevochten; procedures van EFPIA en Cosmetics Europe zijn in februari 2026 niet inhoudelijk beoordeeld, maar niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van individuele geraaktheid. Daarmee zijn de inhoudelijke bezwaren tegen het systeem dus niet door het Gerecht beslecht.

Vraagt u zich af of uw producten onder deze regeling vallen, welke gegevens straks nodig zijn of waar binnen de keten de verantwoordelijkheid komt te liggen? Slijpen Legal helpt om die vragen vroegtijdig scherp te krijgen en de gevolgen voor productdata, contracten en interne processen in kaart te brengen.