Voeding, Farma, Product Compliance & Recht
shutterstock_105092750.jpg

Diervoeder

 Diervoeder

Diervoeder vormt een eigen gereguleerd domein binnen het Europese levensmiddelenrecht. De regels zien niet alleen op de samenstelling en veiligheid van het voer zelf, maar ook op de ondernemingen die het produceren, opslaan, vervoeren, verhandelen of gebruiken.

De juridische beoordeling begint daarom met drie vragen: om welk product gaat het, welke activiteit verricht de onderneming en welke positie heeft zij in de keten? Die kwalificatie bepaalt onder meer of registratie of erkenning nodig is, welke eisen gelden voor productie en opslag en welke informatie met het product moet worden meegeleverd.

Veiligheid en traceerbaarheid

De algemene regels uit Verordening (EG) nr. 178/2002 gelden ook voor diervoeder. Artikel 15 bepaalt dat diervoeder niet in de handel mag worden gebracht of aan voedselproducerende dieren mag worden gevoerd wanneer het onveilig is. Artikel 18 verplicht ondernemingen om de herkomst en verdere bestemming van diervoeder en relevante grondstoffen te kunnen traceren.

Wanneer een onderneming reden heeft om aan te nemen dat door haar geproduceerd, geïmporteerd of verhandeld diervoeder niet aan de veiligheidseisen voldoet, moet zij op grond van artikel 20 maatregelen nemen. Dat kan onder meer betekenen dat het product uit de handel moet worden genomen en dat de bevoegde autoriteit moet worden geïnformeerd.

Diervoederveiligheid raakt daarmee ook rechtstreeks aan levensmiddelenveiligheid. Stoffen die via voer in voedselproducerende dieren terechtkomen, kunnen uiteindelijk ook relevant worden voor producten van dierlijke oorsprong.

Registratie, erkenning en HACCP

Verordening (EG) nr. 183/2005 bevat de voorschriften voor diervoederhygiëne. Ondernemingen die actief zijn in de productie, verwerking, opslag, het vervoer of de handel in diervoeders moeten in veel gevallen bij de NVWA zijn geregistreerd. Voor bepaalde activiteiten geldt een erkenningsplicht. De wettelijke basis daarvoor ligt in de artikelen 9 en 10 van de verordening.

De verordening koppelt daarnaast voedselveiligheidsbeheersing aan de bedrijfsvoering. Artikel 6 verplicht diervoederbedrijven, buiten de daar uitgezonderde primaire productieactiviteiten, om schriftelijke procedures op basis van de HACCP beginselen in te richten, toe te passen en te onderhouden.

De praktische eisen hangen daardoor sterk samen met de activiteiten van de onderneming. Een handelaar, opslaglocatie, vervoerder en producent hebben niet zonder meer hetzelfde risicoprofiel of dezelfde verplichtingen. Lees hier meer over HACCP-beginselen.

Samenstelling en het in de handel brengen van diervoeder

Verordening (EG) nr. 767/2009 bevat regels voor het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders. De verordening maakt onder meer onderscheid tussen voedermiddelen, mengvoeders en voeders voor bijzondere voedingsdoeleinden en stelt eisen aan samenstelling, verpakking, presentatie en informatievoorziening.

Etikettering mag de gebruiker niet misleiden over bijvoorbeeld de aard, samenstelling, eigenschappen, bestemming of kenmerken van het voer. De verplichte informatie moet bovendien binnen de keten worden doorgegeven zodat de uiteindelijke gebruiker over de vereiste gegevens beschikt.

Ook claims over diervoeder zijn gereguleerd. Artikel 13 van Verordening 767/2009 verlangt onder meer dat een claim objectief, controleerbaar en begrijpelijk is. De verantwoordelijke onderneming moet de claim wetenschappelijk kunnen onderbouwen wanneer de bevoegde autoriteit daarom vraagt.

Toevoegingsmiddelen

Voor toevoegingsmiddelen geldt Verordening (EG) nr. 1831/2003. Alleen toegelaten toevoegingsmiddelen mogen onder de voorwaarden van hun toelating worden gebruikt en in de handel worden gebracht.

Daarbij kan het gaan om technologische toevoegingsmiddelen, sensorische toevoegingsmiddelen, nutritionele toevoegingsmiddelen, zoötechnische toevoegingsmiddelen en coccidiostatica of histomonostatica. De toelating is gekoppeld aan de specifieke toepassingen, diersoorten of diercategorieën en gebruiksvoorwaarden die in de betreffende toelating zijn opgenomen.

Voor producenten van mengvoeders en premixen is het daarom van belang om niet alleen vast te stellen of een toevoegingsmiddel is toegelaten, maar ook of het concrete gebruik binnen de voorwaarden van die toelating valt.

Ongewenste stoffen

Diervoeder kan stoffen bevatten die ongewenst zijn vanwege risico’s voor diergezondheid, menselijke gezondheid of het milieu. Richtlijn 2002/32/EG bevat hiervoor maximale gehalten en andere voorwaarden.

Het gaat bijvoorbeeld om bepaalde zware metalen, mycotoxinen en andere contaminanten. De beoordeling van een grondstof of eindproduct kan daardoor niet uitsluitend worden gebaseerd op de bedoelde samenstelling. Ook contaminanten en onbedoeld aanwezige stoffen kunnen bepalen of het diervoeder mag worden verhandeld of gebruikt.

Dierlijke bijproducten en andere bijzondere regimes

Diervoederwetgeving staat niet op zichzelf. Wanneer grondstoffen van dierlijke oorsprong worden gebruikt, kunnen ook Verordening (EG) nr. 1069/2009 inzake dierlijke bijproducten en Verordening (EG) nr. 999/2001 inzake overdraagbare spongiforme encefalopathieën relevant zijn. De NVWA wijst er expliciet op dat naast een registratie of erkenning onder de diervoederhygiëneverordening aanvullende verplichtingen uit deze regimes kunnen gelden.

Voor gemedicineerde diervoeders geldt bovendien Verordening (EU) 2019/4. Ondernemingen die dergelijke voeders produceren, opslaan, vervoeren of verhandelen kunnen daarvoor een afzonderlijke erkenning nodig hebben.

Bij genetisch gemodificeerde grondstoffen kunnen daarnaast de Europese regels voor genetisch gemodificeerde organismen en genetisch gemodificeerd diervoeder van toepassing zijn.

Privaatrechtelijke eisen in de diervoederketen

In de praktijk worden wettelijke eisen vaak aangevuld met private kwaliteitsschema’s en leveranciersvoorwaarden. Certificatieschema’s kunnen eisen stellen aan onder meer grondstoffen, leveranciersbeoordeling, contaminantenbeheersing, transport, opslag en traceerbaarheid.

Wanneer dergelijke eisen contractueel onderdeel worden van de handelsrelatie, krijgen zij ook juridische betekenis tussen leverancier en afnemer. Een diervoeder kan daarmee aan de wettelijke eisen voldoen, terwijl binnen de commerciële keten aanvullende eisen blijven gelden.

Slijpen Legal adviseert ondernemingen over de kwalificatie, productie, handel en distributie van diervoeders. Wij ondersteunen onder meer bij registratie en erkenning, HACCP, etikettering en claims, toevoegingsmiddelen, contaminanten, contractuele ketenafspraken en de beoordeling van aangrenzende regelgeving.

Vragen over diervoeder of over de regels die op uw product of activiteit van toepassing zijn? Neem contact met ons op.