Productaansprakelijkheid en productwetgeving
Productaansprakelijkheid regelt de aansprakelijkheid voor schade die wordt veroorzaakt door een gebrekkig product. Onder het huidige Nederlandse recht is deze risicoaansprakelijkheid opgenomen in artikel 6:185 e.v. BW. De benadeelde hoeft daarbij geen fout van de producent aan te tonen. Bepalend is of het product gebrekkig was, schade is ontstaan en er een causaal verband bestaat tussen het gebrek en de schade.
Een product is gebrekkig wanneer het niet de veiligheid biedt die daarvan mag worden verwacht. Onder het huidige artikel 6:186 BW worden daarbij onder meer de presentatie van het product, het redelijkerwijs te verwachten gebruik en het tijdstip waarop het product in het verkeer is gebracht betrokken. Het is aan de benadeelde om het gebrek, de schade en het causale verband tussen gebrek en schade te bewijzen.
Deze regels krijgen vanaf eind 2026 een ingrijpende herziening. Richtlijn (EU) 2024/2853 vervangt de productaansprakelijkheidsrichtlijn uit 1985 en brengt het aansprakelijkheidsrecht nadrukkelijker in verbinding met moderne productwetgeving, digitale producten en complexe internationale productketens. De richtlijn moet uiterlijk op 9 december 2026 in nationaal recht zijn omgezet. Voor producten die vóór 9 december 2026 in de handel zijn gebracht of in gebruik zijn gesteld, blijft volgens het Nederlandse implementatiewetsvoorstel het bestaande regime gelden.
Productwetgeving bepaalt mede wanneer een product gebrekkig is
Bijzondere productwetgeving bepaalt welke veiligheids- en conformiteitseisen voor een product gelden. Afhankelijk van de productgroep kunnen eisen worden gesteld aan onder meer het ontwerp, de samenstelling, de etikettering, gebruiksinstructies, cybersecurity, monitoring na het in de handel brengen en het effect van eventueel genomen corrigerende maatregelen.
De nieuwe Product Liability Directive legt een directe verbinding met die eisen. Artikel 7 bepaalt dat een product gebrekkig is wanneer het niet de veiligheid biedt die een persoon mag verwachten of die op grond van het Unierecht of nationale recht is vereist. Bij die beoordeling moeten onder meer relevante productveiligheidsvoorschriften, de presentatie en samenstelling van het product, gebruiksinstructies, redelijkerwijs te verwachten gebruik en eventuele recalls of andere veiligheidsinterventies worden betrokken.
Daarmee kunnen verplichtingen uit bijvoorbeeld de MDR voor medische hulpmiddelen, de GPSR voor consumentenproducten of sectorspecifieke veiligheidswetgeving rechtstreeks relevant worden in een aansprakelijkheidsprocedure. Hetzelfde geldt voor andere gereguleerde producten wanneer de bijzondere regelgeving veiligheidsvoorschriften bevat die bescherming bieden tegen het risico dat zich uiteindelijk heeft verwezenlijkt.
Niet voldoen aan productwetgeving krijgt gevolgen voor de bewijspositie
De nieuwe richtlijn gaat verder dan het meenemen van productwetgeving bij de beoordeling van een gebrek.
Artikel 10 introduceert een weerlegbaar vermoeden dat een product gebrekkig is wanneer de benadeelde aantoont dat het product niet voldoet aan dwingende productveiligheidsvoorschriften die bedoeld zijn om bescherming te bieden tegen het risico waardoor de schade is ontstaan.
Dat maakt product compliance direct relevant voor de civiele bewijspositie. Een tekortkoming in de naleving van een toepasselijke veiligheidseis kan daardoor in een schadeprocedure rechtstreeks bijdragen aan het bewijs dat het product gebrekkig was.
De richtlijn kent daarnaast bewijsvermoedens voor andere situaties, waaronder een kennelijk disfunctioneren van het product en gevallen waarin technische of wetenschappelijke complexiteit het voor de eiser buitensporig moeilijk maakt om gebrek of causaliteit te bewijzen.
Conformiteit is geen vrijwaring van aansprakelijkheid
Een CE-markering, conformiteitsbeoordeling, Declaration of Conformity of markttoelating speelt een belangrijke rol bij de beoordeling van de wettelijke conformiteit van een product. Zij vormt geen garantie dat productaansprakelijkheid is uitgesloten.
Wanneer schade ontstaat, wordt naar het specifieke product en de concrete veiligheidsverwachting gekeken. Daarbij kan bijvoorbeeld blijken dat het ontwerp onvoldoende veilig was, een risicoanalyse tekortschiet, waarschuwingen onvoldoende duidelijk waren of nieuwe veiligheidsinformatie niet behoorlijk is opgevolgd.
Ook een product dat formeel volgens de voorgeschreven procedure op de markt is gebracht, kan dus onderwerp worden van een productaansprakelijkheidsclaim.
De productketen wordt belangrijker
De nieuwe richtlijn sluit ook nauwer aan bij de verschillende marktdeelnemers uit de Europese productwetgeving.
De fabrikant van het gebrekkige product blijft een centrale aansprakelijke partij. Daarnaast kan aansprakelijkheid rusten op de fabrikant van een gebrekkige component. Wanneer de fabrikant buiten de Europese Unie is gevestigd, kunnen onder de voorwaarden van artikel 8 ook de importeur, gemachtigde en in bepaalde gevallen de fulfilmentdienstverlener worden aangesproken. Een distributeur kan aansprakelijk worden wanneer geen relevante marktdeelnemer in de Unie kan worden geïdentificeerd en hij na een verzoek niet tijdig bekendmaakt wie het product heeft geleverd.
Ook degene die een product na het in de handel brengen ingrijpend wijzigt en het vervolgens opnieuw op de markt brengt of in gebruik stelt, kan voor de toepassing van de richtlijn als fabrikant worden beschouwd. De richtlijn sluit voor de beoordeling of een wijziging ingrijpend is nadrukkelijk aan bij de toepasselijke productveiligheidswetgeving.
Dat is met name relevant bij private label productie, import uit derde landen, uitbestede productie, refurbished producten en andere ketens waarin verschillende ondernemingen werkzaamheden aan hetzelfde product verrichten.
Software en verbonden producten
De nieuwe regeling is ook aangepast aan digitale producten. Het begrip product omvat voortaan uitdrukkelijk onder meer software, digitale fabricagedossiers en grondstoffen. Ook een digitale dienst die zo nauw met een product is verbonden dat het product zonder die dienst een of meer functies niet kan uitvoeren, kan als component van dat product worden behandeld.
Daarmee kan productaansprakelijkheid ook betrekking hebben op bijvoorbeeld softwaregestuurde medische hulpmiddelen, machines, connected devices en andere producten waarvan de werking na het in de handel brengen mede afhankelijk blijft van software en updates.
De zeggenschap van de fabrikant over updates, upgrades en verbonden diensten krijgt daarbij betekenis. Het aansprakelijkheidsrecht volgt daarmee veel nadrukkelijker de volledige levenscyclus van moderne producten.
Productdocumentatie wordt ook bewijs
Technische documentatie wordt onder het nieuwe regime nog belangrijker dan het al is.
Een risicoanalyse, technisch dossier, testresultaten, product-specificaties, klachtenonderzoek, documentatie over corrigerende maatregelen en gegevens over recalls kunnen later inzicht geven in de vraag of een product gebrekkig was en welke risico’s bij de fabrikant bekend waren.
Artikel 9 van de nieuwe richtlijn voorziet bovendien in toegang tot relevant bewijsmateriaal wanneer een eiser voldoende feiten en bewijs heeft aangedragen om zijn vordering aannemelijk te maken. Het niet verstrekken van bevolen bewijsmateriaal kan vervolgens leiden tot een vermoeden van gebrekkigheid onder artikel 10.
Productdocumentatie dient daarmee meerdere doelen tegelijk. Zij onderbouwt conformiteit tegenover toezichthouders en marktpartijen en kan later bepalend worden voor de bewijspositie in een aansprakelijkheidsprocedure.
Productaansprakelijkheid begint bij product compliance
De verbinding tussen productwetgeving en aansprakelijkheid wordt onder het nieuwe regime aanzienlijk sterker. De wettelijke kwalificatie van het product, de toepasselijke veiligheidseisen, de rolverdeling binnen de keten en de kwaliteit van de productdocumentatie kunnen rechtstreeks invloed hebben op een latere aansprakelijkheidszaak.
Het beheersen van risico’s in verband met productaansprakelijkheid begint daarom al bij het ontwerp van een product. Een goede risicoanalyse, passende veiligheidsmaatregelen, actuele documentatie en duidelijke afspraken binnen de keten bepalen mede welke positie een onderneming heeft wanneer het product uiteindelijk schade veroorzaakt.
Te maken met een productrisico of een aansprakelijkheidsvraag? Neem contact met ons op.