Voeding, Farma, Product Compliance & Recht

Blog over Voedingsmiddelenwetgeving, cosmeticaregels, Europese wetgeving en geneesmiddelenrecht

Blog met kennisartikelen inzake het levensmiddelenrecht. Aandacht voor cosmeticawetgeving, Europese Regelgeving en juridisch advies farmaceutisch recht. Daarnaast juridische wetenswaardigheden en kantoorupdates van Slijpen Legal BV!

De PPWR en de anticlimax van 13 augustus 2026

Slijpen Legal | Stand van zaken op 18 oktober 2026

De Packaging en Packaging Waste Regulation (PPWR) stond in de eerste maanden van 2026 als “hot topic” met stip bovenaan op de prioriteitenlijstjes van veel ondernemingen in de maakindustrie. 12 augustus 2026 gold daarbij als datum waarop dit “gewisse Etwas” onherroepelijk van toepassing werd.

 De regeling heeft primair een tweeledig doel: de hoeveelheid verpakkingen en het verpakkingsafval moet worden teruggedrongen en de vervuiler wordt verwantwoordelijk en gaat betalen voor zijn “verpakkingsrommel”. De regeling is op onderdelen ingewikkeld, soms ronduit vaag, dan weer eens (nodeloos?) cryptisch. Met name de introductie van het begrip “producent” dat een afzonderlijke rol krijgt naast het begrip “fabrikant” leidde tot veel vragen. Met het zweet op het voorhoofd werkten QA-afdelingen aan het verzamelen van dossiers, het in kaart brengen van verpakkingsmaterialen en het opstellen van DoC’s. Nog een paar dagen….. EN DAN……12 augustus 2026…..

 Vervolgens gebeurde er eigenlijk helemaal niets. Producten werden geleverd, webwinkels verstuurden bestellingen en de supermarkt bleef vol staan. Wie een zichtbare omslag door de nieuwe Europese verpakkingsverordening verwachtte, zag vooral dagelijkse bedrijvigheid. Op 13 augustus kwam de zon gewoon weer op en was het business as usual.

Deze ogenschijnlijke anticlimax past bij de opbouw van de PPWR. De verordening bevat verschillende toepassingsdata, overgangsregelingen en verplichtingen die verdere technische uitwerking vragen. Ondernemingen moeten hun voorbereiding daarop afstemmen.

Een toepassingsdatum met verschillende gevolgen

Verordening (EU) 2025/40, de Packaging and Packaging Waste Regulation, trad op 11 februari 2025 in werking. Artikel 71 bepaalt dat zij vanaf 12 augustus 2026 van toepassing is. Daarmee is het Europese kader voor verpakkingen en verpakkingsafval rechtstreeks toepasselijk geworden. Voor afzonderlijke verplichtingen bevat de verordening eigen termijnen.

Ook het eerdere regime verdween niet volledig op die datum. Op grond van artikel 70 wordt Richtlijn 94/62/EG ingetrokken, maar toch blijven bepaalde voorschriften tijdelijk voortbestaan. Zo blijven de bestaande essentiële eisen voor de beperking van gewicht en volume tot eind 2029 relevant. Andere overgangsbepalingen betreffen materiaalidentificatie, recyclingdoelen en rapportage.

Er zijn wel degelijk eisen die sinds augustus gelden. Artikel 5, lid 5, verbiedt het in de handel brengen van voedselcontactverpakkingen met PFAS-concentraties boven de daarin vastgelegde grenswaarden. De fabrikant moet naleving onderbouwen. Ook de verplichtingen rond conformiteitsbeoordeling, technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring zijn relevant voor verpakkingen die onder het nieuwe regime in de handel worden gebracht. Hun inhoud volgt uit de eisen die op dat moment voor de betreffende verpakking gelden.

Een onderneming kan dus niet uit het ontbreken van nieuwe pictogrammen op verpakkingen afleiden dat er nog niets veranderd is. Evenmin kan zij alle toekomstige eisen nu al als geldende marktvoorwaarden behandelen.

Recycleerbaarheid wordt steeds concreter beoordeeld

Artikel 6 laat de gefaseerde invoering van de PPWR duidelijk zien. Het eerste lid bepaalt dat alle in de handel gebrachte verpakkingen recycleerbaar moeten zijn. Volgens de Commissie geldt deze algemene verplichting sinds 12 augustus 2026. De geharmoniseerde criteria voor het ontwerp voor recycling volgen later.

De Commissie moet uiterlijk op 1 januari 2028 gedelegeerde handelingen vaststellen over die ontwerpcriteria en de bijbehorende prestatieklassen. Bijlage II bevat al verpakkingscategorieën en beoordelingsparameters. Die bijlage vormt nog geen volledige technische beoordelingsmethodologie voor ieder materiaal en verpakkingsontwerp.

De eis van artikel 6, lid 2, onder a, gaat gelden vanaf 1 januari 2030 of 24 maanden na de inwerkingtreding van de betrokken gedelegeerde handelingen, afhankelijk van welke datum later valt. Ook het toelaten van verpakkingen op basis van prestatieklassen kent die koppeling. Vanaf 2038 worden alleen de klassen A en B toegelaten.

Daarna volgt de beoordeling of verpakkingen daadwerkelijk op grote schaal worden gerecycled. Daarvoor moet een uitvoeringsmethodologie worden vastgesteld. De verplichting kent als uitgangspunt 2035, met voor recycling op schaal een verdere koppeling aan vijf jaar na de inwerkingtreding van die uitvoeringshandelingen.

De Commissie geeft in haar gepubliceerde richtsnoeren aan hoe de algemene recycleerbaarheidseis tijdens de overgang moet worden benaderd, met aansluiting bij het eerdere verpakkingsregime en de bijbehorende normen. Die uitleg helpt bij toepassing, maar is geen bindende technische regeling. De uiteindelijke uitleg van het Unierecht berust bij het Hof van Justitie.

Voor ontwerpteams is de richting duidelijk. Materiaalcombinaties, lijmen, etiketten, inkten en sluitingen kunnen recycling beïnvloeden. Welke combinatie onder de toekomstige geharmoniseerde beoordeling welke klasse krijgt, kan nog nadere uitwerking vragen. Een bestaande leveranciersclaim dat een verpakking recycleerbaar is, is daarvoor onvoldoende.

Gerecycled materiaal vraagt controleerbare gegevens

Artikel 7 bevat minimumpercentages gerecycled materiaal uit kunststofafval na consumptie. De percentages verschillen naar verpakkingstype. Voor bepaalde PET-verpakkingen en kunststof drankflessen geldt bijvoorbeeld een andere norm dan voor andere contactgevoelige kunststofverpakkingen. De berekening gebeurt per verpakkingstype en -formaat, gemiddeld per productie-installatie en per jaar.

De eerste percentages gaan gelden vanaf 1 januari 2030 of drie jaar na de inwerkingtreding van de uitvoeringshandelingen over berekening en verificatie, afhankelijk van welke datum later valt. Voor 2040 zijn hogere percentages vastgelegd. De wettelijke richting en minimumpercentages staan dus al vast; de berekenings- en verificatiemethode vraagt nog verdere regeling.

Per 18 oktober 2026 vermeldt de Commissie dat zij werkt aan een pakket over recycled content. Dat omvat de methodologie, duurzaamheidscriteria voor recyclingprocessen en voorwaarden voor gelijkwaardigheid bij materiaal uit derde landen. Artikel 7 noemt voor verschillende handelingen 31 december 2026 als vaststellingsdeadline. Die opdracht aan de Commissie moet worden onderscheiden van een reeds vastgestelde methode.

Er bestaat inmiddels wel Uitvoeringsbesluit (EU) 2026/1425 over gerecycled kunststof in eenmalige kunststofdrankflessen, binnen het regime voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Dat besluit kan niet zonder meer worden behandeld als de algemene berekeningsmethode van artikel 7 PPWR.

Ondernemingen kunnen ondertussen bepalen welke informatie hun leveranciers beschikbaar hebben over herkomst, productie-installatie en materiaalstromen. Een algemene verklaring met een percentage gerecycled materiaal kan onvoldoende zijn voor de latere wettelijke berekening. Bij voedselcontactverpakkingen moet bovendien worden beoordeeld of het materiaal aan de toepasselijke voedselcontactregels voldoet.

Minder verpakking eist een inhoudelijke onderbouwing

Vanaf 1 januari 2030 moeten fabrikanten en importeurs op grond van artikel 10 zorgen dat gewicht en volume worden beperkt tot het minimum dat nodig is voor de vereiste functionaliteit. Bijlage IV noemt daarvoor de relevante criteria, zoals productbescherming, productie- en vulprocessen, logistiek, hygiëne en veiligheid.

De Commissie legt in haar richtsnoeren uit dat beide eerste leden van artikel 10 vanaf 2030 gelden. Tot eind 2029 blijft het eerdere minimalisatieregime relevant. Marketing en consumentenacceptatie verdwijnen daarbij als zelfstandige rechtvaardiging voor extra verpakkingsgewicht of -volume. De toekomstige beoordeling vraagt een concrete verklaring waarom bepaalde afmetingen, wanddiktes of beschermende onderdelen noodzakelijk zijn.

Artikel 10, lid 4, verlangt daarvoor technische documentatie. Denk aan testresultaten die de benodigde bescherming onderbouwen, of aan onderzoek waaruit blijkt waarom een verdere gewichtsreductie tot schade tijdens transport leidt. De Commissie moet uiterlijk op 12 februari 2027 om nieuwe of bijgewerkte geharmoniseerde normen verzoeken. Die datum is geen garantie dat de normen dan al beschikbaar zijn.

Lege ruimte heeft daarnaast een eigen regeling. Artikel 24, lid 1, stelt voor gevulde verzamel-, transport- en e-commerceverpakkingen een maximum van 50%. Dat gaat gelden vanaf 1 januari 2030 of drie jaar na de inwerkingtreding van de uitvoeringsmethodologie, afhankelijk van welke datum later valt. Opvulmateriaal telt mee als lege ruimte; voor bepaalde situaties gelden uitzonderingen.

Voor verkoopverpakkingen bevat artikel 24, lid 4, een afzonderlijke verplichting om vanaf uiterlijk 12 februari 2028 lege ruimte tot het noodzakelijke minimum te beperken. Daarvoor geldt geen algemeen percentage van 50%. De bekende discussie over lucht in dozen omvat dus verschillende normen en termijnen.

Hergebruik en etikettering hebben hun eigen tijdspad

Bij verpakkingssytemen bestemd voor hergebruik moeten het ontwerp van de verpakking, het hergebruiksysteem en de doelpercentages afzonderlijk worden beoordeeld. Artikel 11 bevat eisen aan herbruikbare verpakkingen, waaronder veilig opnieuw vullen en opnieuw behandelen. Voor het minimum aantal omloopcycli moet de Commissie uiterlijk op 12 februari 2027 een gedelegeerde handeling vaststellen. Artikelen 26 en 27 en bijlage VI regelen de inrichting van hergebruiksystemen. Een verpakking die technisch meermaals gebruikt kan worden, vormt op zichzelf nog geen werkend systeem voor inzameling, reiniging en hergebruik.

Artikel 29 bevat vanaf 2030 doelen voor specifieke verpakkingen en gebruikssituaties, met uitzonderingen. Nadere berekeningsregels moeten volgens artikel 30 uiterlijk op 30 juni 2027 worden vastgesteld. Er is al een concrete aanvulling: Gedelegeerd Besluit (EU) 2026/429 zondert het gebruik van palletwikkelfolie en omsnoeringsbanden voor stabilisatie en bescherming uit van de 100%-hergebruikverplichtingen van artikel 29, leden 2 en 3. De algemene 40%-doelstelling van lid 1 wordt daarmee niet geschrapt.

Voor de afhaalsector liggen deadlines dichterbij. Artikel 32 verplicht betrokken einddistributeurs in de horeca uiterlijk op 12 februari 2027 een systeem te bieden voor het vullen van door consumenten meegebrachte houders. Artikel 33 verlangt uiterlijk op 12 februari 2028 een aanbod in herbruikbare verpakkingen binnen een hergebruiksysteem, met een uitzondering voor micro-ondernemingen. Bij refill blijven informatie, geschiktheid van houders en hygiëne relevante voorwaarden.

Ook geharmoniseerde etikettering verschijnt stapsgewijs. De materiaalinformatie voor sortering uit artikel 12, lid 1, geldt vanaf 12 augustus 2028 of 24 maanden na de inwerkingtreding van de betrokken uitvoeringshandelingen, als dat later is. Voor herbruikbare verpakkingen geldt een afzonderlijke termijn: 12 februari 2029 of 30 maanden na de betreffende uitvoeringshandeling.

De Commissie vermeldt op de peildatum dat zij deze etiketteringsregels voorbereidt. Het JRC heeft een technisch voorstel gepubliceerd dat die uitwerking ondersteunt. Dat voorstel bevat nog geen definitief bindend stelsel van pictogrammen. De bestaande verplichtingen om fabrikant en importeur te identificeren moeten daarvan worden onderscheiden.

De keten bepaalt wie welke verplichting draagt

De PPWR sluit aan bij bekende rollen uit productwetgeving, maar kent toch enigszins afwijkende eigen definities. Wie een verpakking of verpakt product onder eigen naam of merk laat ontwerpen of vervaardigen, kan fabrikant zijn. Bij private label moet dus worden onderzocht welke onderneming juridisch als fabrikant geldt, ook wanneer een contract manufacturer het fysieke werk uitvoert. Voor micro-ondernemingen bestaan specifieke uitzonderingen, met voorwaarden over de locatie van de leverancier.

De leverancier van verpakkingen of verpakkingsmaterialen moet volgens artikel 16 de informatie en documentatie verstrekken waarmee de fabrikant conformiteit kan aantonen. De importeur heeft eigen verificatieverplichtingen. De distributeur moet zorgvuldig handelen en onder meer de toepasselijke etikettering, identificatiegegevens en producentenregistratie controleren. De fulfilmentdienstverlener moet voorkomen dat opslag, behandeling en verzending de conformiteit aantasten. De einddistributeur kan daarnaast specifieke verplichtingen krijgen rond hergebruik en refill.

Artikel 21 kan een importeur of distributeur met fabrikantverplichtingen belasten wanneer deze onder eigen naam of merk in de handel brengt of een verpakking wijzigt op een manier die de conformiteit kan beïnvloeden. Een contractuele taakverdeling kan de samenwerking organiseren; de wettelijke rol blijft bepalend voor de publiekrechtelijke verplichtingen.

Daarnaast gebruikt de PPWR het begrip producent voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (“extended producer responsibility” of “EPR”). Artikel 3, lid 1, punt 15, bevat een definitie die rekening houdt met verpakkingstype, eerste levering binnen een lidstaat en grensoverschrijdende verkoop. Die producent valt niet noodzakelijk samen met de fabrikant die het ontwerp en de conformiteitsbeoordeling beheerst.

Voor internationale ketens zijn daarom twee analyses nodig: wie draagt de verplichtingen voor de verpakking als product, en wie draagt per afzetland de verplichtingen voor het afvalbeheer? Artikelen 44 en 45 regelen registratie en producentenverantwoordelijkheid. Daarbij spelen nationale registers en uitvoeringsregels een rol. Nederlandse registratie of deelname aan een collectief stelsel beantwoordt niet automatisch de verplichtingen in andere lidstaten.

Verpakkingsdocumentatie wordt onderdeel van product compliance

Artikel 38 en bijlage VII stellen regels voor de conformiteitsbeoordeling via interne productiecontrole. De fabrikant stelt de technische documentatie op, beoordeelt de risico’s van niet-conformiteit en borgt dat de productie overeenstemt met de documentatie. Artikel 39 en bijlage VIII regelen de EU-conformiteitsverklaring.

Op grond van de documentatie moet de relevante verpakking kunnen worden geïdentificeerd en de toepasselijke eisen onderbouwd. Materiaalspecificaties, tekeningen, gebruikte normen, berekeningen en testverslagen kunnen daarvoor nodig zijn. De bewaartermijnen bedragen vijf jaar voor eenmalige en tien jaar voor herbruikbare verpakkingen na het in de handel brengen. Een nieuwe lijm, andere materiaalopbouw of gewijzigde leverancier kan aanleiding geven de beoordeling te herzien.

Voor gereguleerde producten komt deze beoordeling dus náást (en niet: in plaats van) sectorspecifieke eisen. Voedselcontactmaterialen moeten blijven voldoen aan Verordening (EG) 1935/2004 en toepasselijke bijzondere regels. Bij geneesmiddelen en medische hulpmiddelen kunnen verpakkingswijzigingen gevolgen hebben voor stabiliteit, steriliteit en productinformatie. Artikelen 6 en 7 bevatten specifieke uitzonderingen voor onder meer bepaalde geneesmiddelenverpakkingen en contactgevoelige verpakkingen van medische hulpmiddelen. Die uitzonderingen moeten per verplichting en verpakking worden beoordeeld.

De praktische voorbereiding begint daarom bij een overzicht van verpakkingsvarianten, materiaalgegevens, toepasselijke regimes en verantwoordelijke ondernemingen. In leverancierscontracten kunnen afspraken nodig zijn over documentatie, wijzigingsmeldingen en toegang tot testgegevens. Ontwerpkeuzes die nu worden gemaakt, kunnen bepalen hoeveel aanpassing later nodig is.

Wat de anticlimax werkelijk betekent

Op dit moment moeten vier situaties uit elkaar worden gehouden. Sommige regels gelden al. Andere zijn duidelijk, maar gaan later gelden. Voor bepaalde beoordelingen ontbreekt nog de technische uitwerking. Daarnaast roepen rolverdeling en toepassing op specifieke verpakkingen nog behoorlijk wat interpretatievragen op. Ontbrekende leveranciers- en materiaalgegevens zijn vooral een organisatorisch probleem, ook als de onderneming dat ervaart als een pregnante juridische onzekerheid.

12 augustus markeerde feitelijk het begin van een langere fase waarin verplichtingen, beoordelingsmethoden en bedrijfsprocessen verder op elkaar moeten worden afgestemd. De ogenschijnlijke rust biedt tijd voor gerichte voorbereiding. Het uitblijven van zichtbare handhaving verandert niets aan de toepasselijke verplichtingen. Ook toekomstige ontwerpconsequenties verdienen nu al aandacht.

Wilt u weten welke PPWR-verplichtingen voor uw verpakkingen en uw rol in de keten gelden? Slijpen Legal helpt u bij de juridische beoordeling en de vertaling naar documentatie, contracten en bedrijfsprocessen.